Alopecia androgenetica

Alopecia androgenetica is een vorm van haarverlies waarin je geleidelijk haar verliest op bepaalde plekken van het hoofd. Het is een non-scarring (niet door littekens) veroorzakende haaruitval. Mannen en vrouwen kunnen beiden last krijgen van dit type haarverlies, maar het patroon en de mate kunnen verschillen.

Bij mannen spreekt men vaak van “male pattern hair loss”, vaak klassiek alopecia androgenetica genoemd, bij vrouwen noemen we dit “female pattern hair loss”. Bij mannen begint deze kaalheid bij de slapen en op de kruin en gaat meestal door tot er alleen een rand haar op het achterhoofd overblijft. Bij vrouwen komt alopecia androgenetica meestal tot uiting door een dunnere haarinplant, vaak dominant op de middellijn van het hoofd.

Hoe ontstaat alopecia androgenetica?

De haargroei kan worden verdeeld in drie fases namelijk (zie tellogeen effluvium voor een uitgebreidere uitleg hierover):

  • Anagene fase: groeifase;
  • Katagene fase: omschakeling van groei naar rust;
  • Telogene fase: rustfase met aan het eind haaruitval.

Na de telogene fase begint de haarfollikel weer met een anagene fase. Zo kan ieder haarzakje zo'n 20 keer een nieuwe haar maken.

Het ontstaan van Alopecia Androgenetica:

  • Mannelijke hormonen, met name dihydrotestosteron (DHT), binden aan receptoren ("antennes") op haarfollikels.
  • Grote haarfollikels worden geleidelijk kleine follikels.
  • Verkorting van de anagene fase (groeifase).
  • Ontwikkeling van steeds kortere en dunnere haren (miniaturisatie).

Het centrale kenmerk van alopecia androgenetica is de miniaturisatie van de haren is. Met andere woorden, iedere haarcyclus eindigt met een dunnere haar (zie figuur). Je erfelijke aanleg speelt een grote rol: als het in je familie voorkomt, is de kans groter dat je het zelf ook krijgt. Daarnaast spelen mogelijke andere omstandigheden, zoals een verminderde doorbloeding van de hoofdhuid of mechanische stress mee.

afbeelding2

Wat is Female Pattern Hairloss/ haarverlies volgens het vrouwelijk patroon?

Female Pattern Hairloss (FPHL) komt op elke leeftijd vanaf de puberteit voor. Het komt vaker voor naarmate vrouwen ouder worden: ongeveer 12% van de vrouwen tussen 20 en 29 jaar heeft er last van, en dit loopt op tot zo’n 60% boven de 80 jaar. De aandoening is onschuldig en is meestal geen uiting van een ziekte.

FPHL is de meest voorkomende vorm van haarverlies bij vrouwen. Hierbij worden de haarzakjes geleidelijk kleiner, waardoor dunne, fijne haartjes (vellusharen) ontstaan in plaats van dikke haren. Het haar wordt vooral boven op het hoofd dunner en de scheiding wordt breder; de haargrens blijft meestal intact, maar kan soms ook meedoen. Er zijn verschillende stadia (zie figuur hieronder). Bij FPHL wordt de verdunning van het hoofdhaar in de loop van de jaren meestal erger. Hoe jonger de leeftijd waarop het haarverlies begint, des te erger is het beloop over het algemeen.

Haarverlies kan een grote impact hebben op het zelfbeeld en de kwaliteit van leven, omdat haar een belangrijk onderdeel is van vrouwelijkheid, aantrekkelijkheid en identiteit.

afbeelding3

Hoe wordt de diagnose alopecia androgenetica gesteld?

Soms kan de dermatoloog op grond van de klachten en na beoordelen van het haar de diagnose al stellen. Eventueel kan de dermatoloog een aantal haren uit uw hoofd trekken (de zogenoemde haartrektest), het haar met een apparaatje scannen (een zogenaamde trichoscan), of twee plukjes haar met de microscoop bekijken (het zogenaamde trichogram). In een enkel geval wordt onder plaatselijke verdoving een stukje huid weggenomen (een biopt). Bloedonderzoek naar hormonale afwijkingen is alleen nodig wanneer er aanwijzingen zijn dat een teveel aan mannelijke geslachtshormonen een rol speelt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een onregelmatig menstruatiepatroon, onvruchtbaarheid, ernstige acne (‘jeugdpuistjes’) op latere leeftijd, of haargroei op de kin of de bovenlip. Soms kan ook bloedonderzoek worden gedaan om andere oorzaken van haarverlies uit te sluiten.

Hoe wordt het behandeld?

Voor diegenen die behandeld willen worden, zijn er enkele mogelijkheden. Echter, het is absoluut onmogelijk om het probleem definitief op te lossen, met andere woorden het is niet mogelijk dat het haar weer helemaal terugkomt en dat het nooit meer dunner wordt. Als er weer meer haar bijkomt door de behandeling dan is dat mooi meegenomen, maar de focus van de behandeling is het tegengaan van verdere verdunning. Zelfs dat lukt lang niet bij iedereen en bovendien moet de behandeling meestal lang worden volgehouden. Stopt men met de therapie, dan is de kans groot dat het haar weer dunner wordt.

De basis van de behandeling is minoxidil 5% schuim, één- tot tweemaal per dag. Dit kan helpen om haaruitval te remmen en de haargroei te stimuleren. Soms wordt ketoconazolshampoo toegevoegd.

Een mogelijke bijwerking van minoxidil is toename van fijne haartjes in het gezicht (hypertrichose).

Als minoxidil onvoldoende werkt, of als er sprake is van hyperandrogenisme (een verhoogd mannelijk hormoon) of verder gevorderde haaruitval, kan een antiandrogeen middel worden toegevoegd. Het voorkeursmiddel is spironolacton. Hierbij worden bloeddruk, nierfunctie en kalium regelmatig gecontroleerd.
Let op: deze middelen zijn niet geschikt tijdens een zwangerschap.

Bij meer gevorderde vormen van haarverlies is een haartransplantatie vaak minder geschikt, omdat het haarverlies dan te diffuus is. Een haarwerk (pruik) kan dan een goed alternatief zijn en wordt soms gedeeltelijk vergoed.

afbeelding4
 

Direct lotgenootcontact

lotgenootcontact-wat-we-doen-pagina

Overige vragen:
073 - 2200 436

 

Alopecia Vereniging

Postadres:
Hambakenwetering 15
5231 DD 's-Hertogenbosch

E      ofni.[antispam].@alopecia-vereniging.nl
W    www.alopecia-vereniging.nl

Nieuwsbrief Alopecia